09 mei 2019

Taal. Ik houd ervan. Wat het met mensen doet, hoe het verandert, welke vormen er zijn. Taal fascineert me. Daarom een blog over een bijzondere vorm van taal: Managementtaal. Tik de term in bij Google en het ene na het andere artikel over de verschrikkelijkste managementwoorden verschijnt op je scherm. Blijkbaar hebben we er met z’n allen een gruwelijke hekel aan. Maar toch gebruiken we het. Anders bestonden die artikelen niet.

Definitie van managementtaal

Om je eerste vraag te beantwoorden: wat is managementtaal?

Managementtaal is vaagdoenerij. Met ingewikkelde, nietszeggende woorden verberg je je echte boodschap. Ontslagronde? Flexibiliseren van het personeelsbestand. Ehm, juist ja… Je maakt je zinnen zo vaag dat de kans groot is dat je gesprekspartner niet meer begrijpt wat je zegt. En daarom waarschijnlijk aarzelend ja-knikt en in complete verwarring wegloopt. Zonder te weten dat-ie zojuist zijn baan is verloren.

Interessant joh

Verbergen wat je eigenlijk te zeggen hebt. Dat is volgens mij dé reden waarom heel veel mensen – vooral managers, vandaar het woord – managementtaal gebruiken. En interessant doen. Je móét wel heel intelligent zijn als je al die moeilijke woorden gebruikt.

Het enige antwoord hierop is trouwens nee – je bent juist slimmer als je ervoor zorgt dat een ander je begrijpt.

Kom je op mijn Bila?

Mijn eerste kennismaking met managementtaal was bij mijn bijbaan bij de GGD. Ik kreeg een uitnodiging voor een Bila. Met lichte twijfel vroeg ik aan mijn collega’s of zij ook een uitnodiging hadden ontvangen. ‘Waarvoor?’ Een Bila, was mijn antwoord. ‘Oh, een functioneringsgesprek. Ja, die kregen wij ook.’

De 10 ergste managementwoorden

Natuurlijk volgden er later nog veel meer managementwoorden. De ergste? Dat is persoonlijk, maar de lijst is lang. Ik noem er een paar waar ik jeuk van krijg:

  1. Ergens een plasje over doen: honden doen plasjes over dingen, wij gaan naar de wc. Als je wil weten wat ik van je voorstel vind, vraag je me dat gewoon.
  2. Een stukje, gevolgd door elk mogelijk woord: ‘Dat is een stukje verantwoordelijk nemen’. Welk stukje precies?
  3. Ergens op schieten: tenzij je de wet overtreedt ga je nergens op schieten. Je mening geven, dat is wat je doet.
  4. In je kracht staan: doen waar je goed in bent. Punt.
  5. Tegen iemand aanhouden: alsjeblieft, blijf uit m’n buurt. Ik reageer wel via mail wat ik van je ideeën vind.
  6. Ik hoor wat je zegt: in gedachte gevolgd door ‘maar het boeit me geen flikker.’ Wees eerlijk en zeg dat je er niks mee gaat doen. Wat het dan ook is.
  7. Iets parkeren: mijn auto parkeer ik, mijn fiets misschien, maar op de werkvloer betekent dit gewoon dat je er nooit meer op terugkomt.
  8. Spin in het web: een mens met 8 armen en benen, laat maar hoor.
  9. Processen stroomlijnen: mensen ontslaan. Maar ja, dat klinkt niet zo fijn hè.
  10. Budgetneutraal: klimaatneutraal, oké, maar hoe wil je het budget neutraal houden?

Zeemeeuwmanagement

Er is één woord waarvoor ik graag een uitzondering maak. Het is geen woord dat managers gebruiken, maar wel een wat sommige van hen beschrijft: zeemeeuwmanagement. De baas komt krijsend binnen, schijt de boel onder en is weer gevlogen voor je er wat van kunt zeggen. Hulde voor degene die dit woord heeft bedacht.

Wat zijn jouw grootste ergernissen op de werkvloer?