Tekstschrijver actief schrijven blogs donna van de ven

02 oktober 2019

Een belangrijk doel van veel teksten is om de lezer aan te zetten tot actie. Maar hoe doe je dat? De beste manier is om zelf actief te schrijven. En nee, daar hoeven geen schreeuwende CAPSLOCK-aanvallen aan te pas te komen. Wel een paar slimme trucs waar je in dit blog meer over leest.

#1 Formuleer een onderwerp

Een korte les grammatica: het onderwerp van een zin is de ‘wie’ of ‘wat’. In een passieve zin is het onderwerp vaak ‘er’ of ‘het’, gevolgd door ‘wordt’. In een actieve zin maak je duidelijk welke persoon iets doet. Een voorbeeld:

Ken je die personeelsfeesten die uit de hand lopen?

“Er werd op de bar gedanst tijdens het personeelsfeest.”

Dat kan veel gênanter. Let maar op:

“Harrie van administratie en Suzanne van marketing dansten op de bar tijdens het personeelsfeest.”

Zo, weten we meteen wie zichzelf voor schut hebben gezet. Dat is wat je doet bij het actief maken van je tekst: je laat de lezer weten wie een actie uitvoerde. Met het formuleren van een onderwerp geef je de lezer extra duidelijkheid. Precies waar ze behoefte aan hebben.

#2 Maak het concreet

“Partij X hecht veel waarde aan respect hebben voor en solidair zijn met elkaar, gezamenlijke verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid en een duurzame samenleving die wij door willen geven aan volgende generaties.”

Ja, dit is een echte tekst van een echte politieke partij. Helaas. Bol van abstracte woorden, en het enige wat overblijft na het lezen ervan is een hoofd vol vraagtekens.

Hoe pak je dat beter aan? Nou, door het concreet te maken. Eerst even over het verschil tussen abstract en concreet. Iets is abstract, als je het niet kunt waarnemen met je zintuigen. Iets concreets kun je proeven, horen, voelen, ruiken of zien. Bijvoorbeeld:

  • Abstract: het klimaat
  • Concreet: een bloedhete zomer

Bij concrete begrippen heb je een gevoel. Je weet precies wat ze betekenen, omdat je ze ervaart. Ideaal voor je teksten. Door concreet te zijn, geef jij je lezer het gevoel mee dat je wil overbrengen. Je overtuigt ze van jouw boodschap.

“Ja maar, wat als er geen concreet woord is?” Dan gebruik je het abstracte woord en geef je er een voorbeeld bij. Zorg ervoor dat je een gevoel overbrengt. Pas dan blijft je tekst hangen bij je lezers. De politiek kan er nog wat van leren.

#3 Eén werkwoord per zin

Laat het werkwoord doen waar het voor bedoeld is: werken. Je ziet het zo vaak: zinnen met 4 of meer werkwoorden. Terwijl je ze helemaal niet nodig hebt. Kijk maar eens:

“Ik heb er vertrouwen in dat het goed zal komen met het rennen van de marathon.”

Prima Nederlands, die zin. Is-ie overtuigend? Mwah, daarop blijft de score een mager zesje. Deze dan:

“Ik ren de marathon uit. Daar vertrouw ik op.”

Hoe goed je conditie is maakt me niet uit, ik geloof je. Puur doordat je het zo stellig brengt. Door je te bewerken tot één werkwoord per zin, breng je de boodschap veel overtuigender over.

Betekent dit dat je voortaan in elke zin nog maar één werkwoord mag gebruiken? Alsjeblieft niet. Zoals je ziet gebruik ik er zelf regelmatig meer. Maar ben je vooral bewust van wat je schrijft. Zie je veel werkwoorden? Dan herschrijf je de boel. Net zolang tot je het aantal werkwoorden tot een minimum beperkt.

In dit blog lees je welke woorden je makkelijk kunt schrappen uit je tekst.

#4 Zelfstandig naamwoord = werkwoord

Nederlands is een prachtige taal. Om veel redenen, maar zeker ook omdat wij van veel werkwoorden een zelfstandig naamwoord maken. Zo maken we van ‘starten’ met hetzelfde gemak ‘de start’.

Doe je dit te vaak, dan schrijf je in de naamwoordstijl. En die is wollig, omslachtig en vaag. Terwijl je lezer juist houdt van snel, helder en concreet. Oordeel zelf:

“De start van het traject vindt plaats op 1 januari.”

Ja, je hebt een werkwoord (vinden) en een duidelijke boodschap. Maar het kán actiever.

“Het traject start op 1 januari.”

Check je eigen teksten eens op naamwoordstijl. Zitten er zelfstandige naamwoorden met werkpotentie in? Formuleer ze opnieuw. Soms heb je daar een ander werkwoord voor nodig. Maar: zie je hoeveel concreter je bent?

#5 Elke zin een uniek werkwoord

Een handig handvat om actief te schrijven, is om in elke zin een ander werkwoord te gebruiken. Zo dwing je jezelf om je woorden zorgvuldig te kiezen. Gaan, willen, zijn, maken, doen, hebben: het zijn allemaal makkelijke werkwoorden om je teksten mee te vullen.

Onderstaand voorbeeld is wel degelijk actief, maar leest toch niet zo lekker weg:

“Als ondernemer wil je graag winst maken. Daarvoor wil je wel hard werken, maar wil je nog liever productief zijn. Daarom hebben wij deze cursus voor je in de aanbieding. Die wil je echt volgen.”

Wat vind je hiervan?

“Als ondernemer maak je graag winst. Daar werk je hard voor, maar ben je ook productief? Volg nu onze cursus en haal meer uit je dag.”

Het klopt dat hierin nog steeds veelvoorkomende werkwoorden staan. Ze zijn immers niet voor niks veelvoorkomend. Maar: de afwisseling versterkt de boodschap van de tweede tekst enorm. Lees je eigen teksten eens door en probeer meer variatie aan te brengen.

Actief schrijven

Heb je nog vragen over actief schrijven? Laat het me weten via info@donnavandeven.nl.

Op zoek naar een blogger voor je bedrijf of teksten die van het scherm spatten? Neem dan contact met me op.

Ook interessant:

9 ultieme tips om voortaan makkelijke teksten te schrijven
Schrappen die hap! Deze woorden heb je niet nodig in je tekst.